**1..** De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:
a. binnen de bebouwde kom, met uitzondering van losloopterreinen groter dan 2000 m2;
b. op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers;
c. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;
d. op een andere door het college aangewezen plaats.
**2..** Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod, genoemd in het eerste lid, onder a, niet geldt.
**3..** De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt op-geheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.
**4..** De eigenaar of houder van een hond is verplicht, indien deze zich met een hond op een in lid 1 genoemde plaats bevindt, een hulpmiddel, in de vorm van bijvoorbeeld een schep of zakje, bij zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van uitwerpselen.
**5..** Burgemeester en wethouders kunnen van de verboden, genoemd in het eerste lid onder a, b en c ontheffing verlenen aan een eigenaar of houder van een hond indien deze zich, vanwege zijn beperking, niet in staat is de uitwerpselen op te ruimen.
**6..** De verboden uit het eerste lid zijn niet van toepassing op politiehonden en schaapherdershonden.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 11.
Artikel 2:58
Verontreiniging door honden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Doetinchem 2009