Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 8

Subsidieaanvraag

Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Doetinchem

1.. Een aanvraag voor subsidie wordt vóór 1 juni van het jaar voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft schriftelijk bij het college ingediend. 2.. Het college kan formulieren vaststellen voor het indienen van aanvragen en het verstrekken van gegevens als bedoeld in deze verordening. 3.. Bij het indienen van de aanvraag overlegt de aanvrager in ieder geval: een activiteitenplan als bedoeld in artikel 4:62 van de wet, met een motivering die het college kan toetsen aan het beleid terzake en aan de in artikel 7 genoemde gronden; een begroting als bedoeld in artikel 4:63 van de wet van de aan de activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven, voorzien van een toelichting van de aanvrager; de omvang van de reserves en voorzieningen, indien de aanvrager daarover beschikt, vergezeld van een plan, waarin wordt aangegeven welke voorzieningen de aanvrager wil treffen voor welke doeleinden en tot welk bedrag; de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, danwel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop of, als deze bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag. De jaarrekening of het verslag van de financiële positie moet voorzien zijn van een accountantsverklaring; een opgave van met de instelling gelieerde rechtspersonen, hun eventuele vermogens-positie alsmede van de aard van de betrekking met die rechtspersonen. 4.. Voorzover de aanvrager voor dezelfde activiteiten tevens subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere instellingen, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen. 5.. Bij een eerste aanvraag legt de aanvrager tevens over: een afschrift van de statuten als de aanvrager een privaatrechtelijke rechtspersoon is; een beschrijving van de organisatievorm, voorzover deze niet in de statuten is opgenomen; het adres van de aanvrager; een afschrift van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel; een actuele opgave van de bestuurssamenstelling. 6.. Een wijziging van de in het vijfde lid genoemde gegevens wordt onverwijld ter kennisneming gebracht aan het college. 7.. De onderdelen c, d en e van lid 3 zijn niet van toepassing op rechtspersonen die het oogmerk hebben winst te maken. 8.. Het college kan in bijzondere omstandigheden van het gestelde in dit artikel afwijken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel