De voorbereiding van besluiten over onderstaande vergunningen of
ontheffingen kunnen worden gecoördineerd met de in artikel 2 genoemde
besluiten die de basis vormen voor de toepassing van de coördinatieregeling
op grond van deze verordening:
een ontheffing Bouwbesluit 2003 als bedoeld in artikel 6 van de
Woningwet;
een aanlegvergunning, een sloopvergunning, als bedoeld in
respectievelijk artikel 3.3, onder a en artikel 3.3, onder b van de
Wet ruimtelijke ordening;
een ontheffing als bedoeld in artikel 3.6, lid 1, onder c, in
artikel 3.22 of in artikel 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening;
een milieuvergunning, als bedoeld in artikel 8.1, lid 1 van de Wet
milieubeheer;
een monumentenvergunning, een sloopvergunning, als bedoeld in
respectievelijk artikel 11, lid 1 en artikel 37, lid 1 van de
Monumentenwet 1988;
een 'ontheffing van voorschrift' als bedoeld in artikel 11 van de
Woningwet, een gebruiksvergunning, een sloopvergunning als bedoeld
in de Bouwverordening;
een vergunning voor het aanleggen, beschadigen of veranderen van de
weg (artikel 2.1.5.2), een uitwegvergunning (artikel 2.1.5.3) als
bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening;
een kapvergunning als bedoeld in artikel 2 van de
Bomenverordening;
een rioleringsvergunning;
het besluit tot vaststelling van een hogere waarde ('ontheffing) als
bedoeld in artikel 45, 47, 55, 61, 83, 85 of 100a van de Wet
geluidhinder.
Artikel 3
Vergunningen en ontheffingen die naast de bouwvergunning deel kunnen uitmaken van de coördinatie met het besluit om een bestemmingsplan vast te stellen
Onderdeel van Coördinatieverordening Wet ruimtelijke ordening