Van het opleggen van een maatregel, als bedoeld in hoofdstuk 3, kan worden afgezien en worden volstaan met een schriftelijke waarschuwing, tenzij:
het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven;
het te laat verstrekken van inlichtingen gevolgen heeft (gehad) voor het recht op uitkering of de hoogte daarvan.