Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of wijzigen:
op verzoek van de vergunninghouder;
wanneer de vergunningbouder het gebied, waarvoor de vergunning
is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep
of bedrijf beëindigt;
wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
vergunning;
wanneer voor het desbetreffende gebied het stelsel van
vergunningen komt te vervallen;
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
vergunning verbonden voorschriften;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
gegevens zijn verstrekt;
om redenen van openbaar belang.