In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder:
Alfahulp: een werknemer van een particuliere werkgever (budgethouder PGB) die maximaal drie dagen per week werkt.
Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon als de aanvrager behorend.
Algemene Wmo-voorziening: een voorziening die wordt geleverd in de vorm van een doorverwijzing naar een organisatie op het terrein van zorg en welzijn en een adequate oplossing biedt voor de beperkingen die belanghebbende ondervindt.
Belanghebbende: een persoon met een beperking of een chronisch psychisch probleem of psychosociaal probleem, als bedoeld in artikel 1, 1ste lid onder g, onderdeel 5 en 6 van de Wet.
Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem: beleidsregels op basis waarvan het beleid van de algemene en individuele Wmo-voorzieningen concreet worden ingevuld. Deze beleidsregels worden in beginsel vierjaarlijks vastgesteld door het college.
Beperkingen: moeilijkheden die een belanghebbende heeft met het uitvoeren van activiteiten.
Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem: nadere uitwerking van de verordening in een besluit, vast te stellen door het college.
Bouwkundige of woontechnische aanpassing: een aanpassing van de woning zelf, ter compensatie van de problemen die in de woning spelen ten aanzien van de bewoner met een beperking.
Brede integrale intake: het proces van de integrale vraagverheldering naar aanleiding van de ondersteuningsvraag van de belanghebbende.
Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze verordening een persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget verschuldigd is.
Compensatiebeginsel: de algemene gemeentelijke verplichting aan de gemeenteraad om personen met aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek door het treffen van algemene of individuele voorzieningen een zodanige uitgangspositie te verschaffen dat zij in aanvaardbare mate zelfredzaam zijn en in staat tot maatschappelijke participatie.
Eigen bijdrage/eigen aandeel: een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen bijdrage, die bij respectievelijk de verstrekking van een voorziening in natura, een persoonsgebonden budget (een eigen bijdrage) of een financiële tegemoetkoming (een eigen aandeel) betaald moet worden en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem van toepassing zijn.
Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening die kan worden afgestemd op het inkomen van de aanvrager en van zijn echtgeno(o)t(e).
Gebruikelijke zorg: de normale zorg die partners of ouders, inwonende kinderen en huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden.
Goedkoopst adequate oplossing: de algemene Wmo- of individuele Wmo-voorziening die naar objectieve maatstaven gemeten, van de geschikte oplossingen de meest goedkope, maar nog wel adequate oplossing biedt voor het compenseren van de beperkingen van een belanghebbende.
Hoofdverblijf: de woonruimte waar de belanghebbende met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en op welk adres deze persoon in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven, dan wel zal staan ingeschreven.
Huishoudelijke hulp: schoonmaakwerkzaamheden bij de cliënt thuis. De voorziening die de gemeente aanbiedt ter ondersteuning van het voeren van een huishouden, indien het zelf uitvoeren van de huishoudelijke taken niet mogelijk is als gevolg van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek en er geen oplossing mogelijk is binnen de leefeenheid of voorliggende voorziening. De voorziening kan worden toegekend als zorg in natura of als een hiermee vergelijkbaar en toereikend persoonsgebonden budget, waaronder de vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, 1ste lid van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij hiertegen overwegende bezwaren bestaan.
Huisgenoot: iedere meerderjarige met wie de aanvrager duurzaam gemeenschappelijk een huishouden voert.
Individuele Wmo-voorziening: een voorziening die individueel wordt aangeboden op voorwaarde dat een algemene of een algemene Wmo-voorziening geen adequate oplossing biedt.
Leefeenheid: een eenheid (bestaande uit):
gehuwde personen die al dan niet tezamen met een of meer ongehuwde minderjarige of meerderjarige ongehuwde personen duurzaam een huishouden voeren;
een meerderjarige ongehuwde persoon die met een of meer ongehuwde minderjarige of meerderjarige personen een huishouden voert;
waarbij onder gehuwde personen ook ongehuwd samenwonenden en andere meerderjarigen die met elkaar samenwonen worden opgevat.
Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het maatschappelijk verkeer, te weten het voeren van een huishouden, het normale gebruik van de woning, het zich in en om de woning verplaatsen, het zich zodanig lokaal verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke vervoersystemen, het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven.
Mantelzorger: een persoon die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b. van de wet (minimaal acht uur per week voor minimaal drie maanden).
Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening.
Meldformulier: een papieren en digitaal formulier van de gemeente Doetinchem dat kan worden gebruikt door de belanghebbende of iemand in zijn omgeving om de hulpvraag te melden aan de gemeente. Hiermee kan geen aanvraag worden ingediend voor een Wmo-voorziening.
Persoon met participatiebeperkingen: een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronische psychische en psychosociale problemen, aantoonbare beperkingen ondervindt bij het uitvoeren van activiteiten op het gebied van het voeren van het huishouden, bij het normale gebruik van de woning, bij het verplaatsen in en om de woning, bij het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel of bij het ontmoeten van medemensen en het op basis daarvan aangaan van sociale verbanden.
Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de aanvrager een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze verordening en het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem te stellen regels van toepassing zijn.
Roerende woonvoorziening: een losse woonvoorziening, niet aard- en nagelvast met de woning verbonden, ter compensatie van de problemen die in de woning spelen ten aanzien van de bewoner met een beperking.
Thuisondersteuning richt zich behalve op de huishoudelijke hulptaken ook op de ondersteuning van de cliënt bij de regie op het huishouden, met als doel het stabiliseren van de situatie of het verhogen van de zelfredzaamheid.
Voorliggende voorziening: een verzamelnaam voor alle voorzieningen buiten deze verordening waarop de belanghebbende aanspraak zou moeten maken dan wel een beroep zou moeten doen ter oplossing van de ondersteuningsvraag, maar die geen algemene Wmo-voorziening betreffen.
Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt.
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning.
Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk en financiële vermogen om voorzieningen te treffen die deelname aan het normale maatschappelijke verkeer mogelijk maken.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen (op alfabetische volgorde)
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem 2010