Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Vaststelling van de betalingscapaciteit

Onderdeel van Verordening meedoenregeling gemeente Doetinchem 2007

1.. Het normbedrag voor de bepaling van de betalingscapaciteit bevat de volgende componenten: 120% van de voor de leefsituatie van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 van de Wet werk en bijstand, met inachtneming van de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente Doetinchem 2005; een vermindering van het bedrag van de normhuur, behorend bij het minimum-inkomensijkpunt zoals vastgelegd in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (huurtoeslag). 2.. Het netto besteedbaar inkomen wordt vastgesteld door het netto-inkomen in de maand van aanvraag te verhogen met: het netto vakantiegeld; de ontvangen alimentatie; de maandelijks van de overheid ontvangen bijdrage voor de eigen woning, huurtoeslag of vergelijkbare geldelijke regeling; en vervolgens te verlagen met: de kale huur, danwel de betaalde hypotheekrente; de betaalde alimentatie; de zelf betaalde premie voor de basisverzekering. 3.. De betalingscapaciteit wordt vastgesteld door het netto besteedbaar inkomen te verminderen met het normbedrag.

Rechtspraak bij dit artikel