In deze verordening wordt verstaan onder:
archeologisch erfgoed: het bodemarchief;
binnenring: leden die deel uitmaken van de commissie cultuurhistorie op grond van
specialistische vakkennis die onder de noemer cultureel erfgoed valt;
specifieke competenties voor voorzitterschap voorzitter;
specifieke competenties voor post van secretaris;
buitenring: leden die deel uitmaken van de commissie cultuurhistorie op grond van lokale kennis die onder de noemer cultuurhistorie valt;
college: het college van burgemeester en wethouders;
commissie: commissie cultuurhistorie als bedoeld in artikel 15 van de wet, die het college onder andere adviseert over aanvragen om vergunninng als bedoeld in artikel 11 van de wet;
cultuurhistorie: Beschavingsgeschiedenis. De overblijfselen van de geschiedenis van de door de mens gemaakte en beïnvloede leefomgeving;
cultureel erfgoed: materiële en immateriële zaken die als cultuurhistorisch waardevol bestempeld worden. Te onderscheiden in archeologisch erfgoed, historisch landschappelijk erfgoed en historisch (steden)bouwkundig erfgoed; gemeente: de gemeente Doetinchem;
historisch (steden)bouwkundig erfgoed: de sporen van menselijk handelen in de gebouwde omgeving;
historisch landschappelijk erfgoed: de sporen van menselijk handelen in het landschap;
lid: lid van de commissie cultuurhistorie;
raad: de gemeenteraad;
secretaris: secretaris van de commissie cultuurhistorie of diens vervanger;
vergadering: vergadering van de commissie cultuurhistorie;
verordening: de Monumentenverordening dan wel Erfgoedverordening van de gemeente Doetinchem;
voorzitter: voorzitter van de commissie cultuurhistorie of diens vervanger;
wet: Monumentenwet 1988.
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening op de commissie cultuurhistorie Doetinchem 2009