Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening op de commissie cultuurhistorie Doetinchem 2009

In deze verordening wordt verstaan onder: archeologisch erfgoed: het bodemarchief; binnenring: leden die deel uitmaken van de commissie cultuurhistorie op grond van specialistische vakkennis die onder de noemer cultureel erfgoed valt; specifieke competenties voor voorzitterschap voorzitter; specifieke competenties voor post van secretaris; buitenring: leden die deel uitmaken van de commissie cultuurhistorie op grond van lokale kennis die onder de noemer cultuurhistorie valt; college: het college van burgemeester en wethouders; commissie: commissie cultuurhistorie als bedoeld in artikel 15 van de wet, die het college onder andere adviseert over aanvragen om vergunninng als bedoeld in artikel 11 van de wet; cultuurhistorie: Beschavingsgeschiedenis. De overblijfselen van de geschiedenis van de door de mens gemaakte en beïnvloede leefomgeving; cultureel erfgoed: materiële en immateriële zaken die als cultuurhistorisch waardevol bestempeld worden. Te onderscheiden in archeologisch erfgoed, historisch landschappelijk erfgoed en historisch (steden)bouwkundig erfgoed; gemeente: de gemeente Doetinchem; historisch (steden)bouwkundig erfgoed: de sporen van menselijk handelen in de gebouwde omgeving; historisch landschappelijk erfgoed: de sporen van menselijk handelen in het landschap; lid: lid van de commissie cultuurhistorie; raad: de gemeenteraad; secretaris: secretaris van de commissie cultuurhistorie of diens vervanger; vergadering: vergadering van de commissie cultuurhistorie; verordening: de Monumentenverordening dan wel Erfgoedverordening van de gemeente Doetinchem; voorzitter: voorzitter van de commissie cultuurhistorie of diens vervanger; wet: Monumentenwet 1988.

Rechtspraak bij dit artikel