Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Samenstelling van de commissie en benoeming van de leden

Onderdeel van Verordening op de commissie cultuurhistorie Doetinchem 2009

1.. De commissie bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste zeven leden in de binnenring. De buitenring bestaat bij voorkeur uit vier leden, maar dit aantal kan fluctueren, afhankelijk van de aanwezige en benodigde kennis. 2.. De leden van de binnenring worden door het college benoemd op grond van hun kennis en ervaring op het gebied van één van de deeldisciplines van het cultureel erfgoed, te weten: archeologisch erfgoed, historisch (steden)bouwkundig erfgoed en historisch landschappelijk erfgoed. Van de voorzitter en de secretaris wordt niet verwacht dat zij uitgebreide specialistische kennis hebben, maar zij worden wel geacht over globale kennis te beschikken op minimaal één van de genoemde terreinen. Ook wordt van hen verwacht dat zij goed op de hoogte zijn van wetgeving en beleid aangaande de cultuurhistorie. 3.. De leden in de buitenring worden benoemd op voordracht van de verenigingen die zij vertegen-woordigen. Er wordt verwacht dat deze leden met name beschikken over lokale en eventueel ook regionale kennis op de eerder genoemde vlakken. 4.. Een lid van de commissie mag niet deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de raad of het college. Een lid van de commissie moet volkomen onafhankelijk zijn en de schijn van mogelijke afhankelijkheid en partijdigheid voorkomen. 5.. Het bepaalde in lid 4, eerste zin, geldt niet voor de secretaris. Het is wel de bedoeling dat deze zo veel mogelijk objectief is tijdens vergaderingen van de commissie. 6.. Een lid van de commissie dat werkzaamheden verricht of heeft verricht waardoor zijn onafhanke-lijkheid en of onpartijdigheid in het geding zou kunnen komen, neemt niet deel aan de vergaderingen van de commissie voor zover de commissie advies uitbrengt dat één of meer raak-vlakken heeft met die werkzaamheden.

Rechtspraak bij dit artikel