Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van Verordening op de vertrouwenscommissie 2005

1.. De commissie vergadert niet, indien niet ten minste de helft van de stemhebbende leden aanwezig is en deze leden tevens de meerderheid van de raad vertegenwoordigen. 2.. Voor de bepaling van de stemuitslag geldt dat, behoudens het door en vanuit het college aangewezen lid die geen stemrecht heeft, ieder lid alsmede de voorzitter evenveel stemmen uitbrengt als de door hem of haar vertegenwoordigde fractie zitting hebbende leden in de raad telt. 3.. De opvattingen, bedoeld in artikel 1, worden bij meerderheid van stemmen vastgesteld. 4.. Het gevoelen van de minderheid wordt desgewenst in de schriftelijke rapportage aan de commissaris van de Koningin bekendgemaakt. 5.. Bij staking van stemmen over de uit te brengen opvattingen wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering. Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of staken de stemmen ook in die volgende vergadering, dan worden geen opvattingen van de commissie, maar de verschillende meningen binnen de commissie ter kennis van de commissaris gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel