Naar hoofdinhoud
1.. In het bewijs van ontvangst als bedoeld in artikel 6.1.2.1 van het besluit wijst het college de aanvrager er conform artikel 6.4, lid 2 van de wet op dat voor het behandelen van de aanvraag een drempelbedrag verschuldigd is en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van het bewijs van ontvangst op de rekening van de gemeente dan wel op een aangegeven plaats moet zijn gestort. 2.. Indien het drempelbedrag niet binnen de in lid 1 genoemde termijn is bijgeschreven of gestort, verklaart het college de aanvrager conform artikel 6.4, lid 2 van de wet niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de aanvrager in verzuim is geweest. 3.. Het drempelbedrag bedraagt € 500,-.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel