De verlaging bedoeld in artikel 34 van de wet bedraagt:
20 procent van de gehuwdennorm indien het een jongere van 21 jaar betreft;
15 procent van de gehuwdennorm indien het een jongere van 22 jaar betreft.
2. In afwijking van lid 1 wordt de verlaging vastgesteld op de hoogte van de op grond van artikel 3 toegekende toeslag, indien deze minder bedraagt dan de verlaging waartoe toepassing van lid 1 zou leiden.
Artikel 5.
Verlaging toeslag alleenstaanden van 21 en 22 jaar
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren