Naar hoofdinhoud

Artikel 3

commissies en hoogte vergoeding

Onderdeel van Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 2003

1.. Voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding worden de navolgende categorieën onderscheiden: categorie A: 50% van de in het rechtspositiebesluit genoemde vergoeding; categorie B: 75% van de in het rechtspositiebesluit genoemde vergoeding; categorie C: 100% van de in het rechtspositiebesluit genoemde vergoeding; categorie D: 150% van de in het rechtspositiebesluit genoemde vergoeding; categorie E: 200% van de in het rechtspositiebesluit genoemde vergoeding; categorie F: ontvangen een vergoeding zoals is aangegeven in lid 3. 2.. In de gemeenten komen de leden van de navolgende commissies voor de in lid 1 bedoelde vergoeding in aanmerking: A: leden van de jury voor de cultuur- en aanmoedigingsprijs der gemeente Hilversum; B: geen commissies in deze categorie; C: leden van de raadscommissies, niet zijnde raadsleden; D: beroepsdeskundige leden van de monumentencommissie E: voorzitter van de monumentencommissie; F: architectenleden van de welstandscommissie; voorzitter van de welstandscommissie; voorzitters en fungerend voorzitters van de commissie voor bezwaar- en beroepschriften; leden van de commissie voor bezwaar- en beroepschriften. 3.. De hoogte van de vergoeding in categorie F wordt als volgt vastgesteld: voor de architectleden en de voorzitter van de welstandscommissie het jaarlijks geïndexeerde minimumuurtarief dat de BNA hanteert als voorbeeld-uurtarief voor de functie “ontwerpen architectuur” door architecteigenaren”; voor de leden van de commissie voor bezwaar- en beroepschriften een bedrag van € 125, - per zitting; dit bedrag zal jaarlijks worden verhoogd met het zelfde percentage waarmee ook de vergoedingen voor raadsleden worden verhoogd, conform het gesteld in artikel 2, lid 1 van deze Verordening. voor de voorzitters en de fungerend voorzitters van de commissie voor bezwaar- en beroepschriften een bedrag van € 225,-- per zitting; dit bedrag zal jaarlijks worden verhoogd met het zelfde percentage waarmee ook de vergoedingen voor raadsleden worden verhoogd, conform het gesteld in artikel 2, lid 1 van deze Verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel