Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Periodiek overleg Wmo-raad en wethouder

Onderdeel van Verordening Wmo-raad Waddinxveen 2010

1.. Er vind minimaal één keer per jaar een periodiek overleg plaats tussen de wethouder en de Wmo-raad. Dit overleg wordt geïnitieerd en voorgezeten door de voorzitter van de Wmo-raad Waddinxveen. 2.. De voorzitter van de Wmo-raad Waddinxveen stelt in overleg met de secretaris van de Wmo-raad en de contactambtenaar de agenda samen voor het periodiek overleg met de wethouder. Ieder lid van de Wmo-raad heeft het recht om via de secretaris, tot twee weken voor het overleg, onderwerpen aan te reiken. De definitieve agenda wordt bij aanvang van de bijeenkomst vastgesteld. 3.. De secretaris van de Wmo-raad Waddinxveen bepaalt in overleg met de contactambtenaar tijd en plaats van het periodieke overleg. 4.. Op verzoek van tenminste twee leden van de Wmo-raad Waddinxveen of op verzoek van de gemeente worden, naast het periodieke overleg extra overleggen belegd. Aan dit verzoek wordt binnen vier weken voldaan, nadat het verzoek daartoe van de voorzitter van de Wmo-raad Waddinxveen is ontvangen. 5.. De contactambtenaar roept na overleg met de secretaris van de Wmo-raad het periodieke overleg bijeen door middel van een schriftelijke kennisgeving. Deze kennisgeving wordt, vergezeld van de agenda en de vergaderstukken, tenminste veertien dagen van tevoren toegezonden. 6.. De contactambtenaar maakt in opdracht van de secretaris van het periodieke overleg een verslag dat binnen twee weken aan de leden wordt verzonden. 7.. Bij afwezigheid van de voorzitter zit een door de leden van de Wmo-raad Waddinxveen uit hun midden aangewezen plaatsvervangend voorzitter het periodiek overleg voor.

Rechtspraak bij dit artikel