Voor de uit de volgende wettelijke voorschriften voortvloeiende geldschulden wordt bepaald, dat geen beschikking wordt vastgesteld, alvorens een geldsom moet worden betaald:
hondenbelasting, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting;
afvalstoffenheffing, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing;
onroerende zaakbelastingen, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen;
forensenbelasting, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting;
staangelden, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van staangelden;
lig- en kadegelden, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van lig- en kadegelden;
liggeld voor pleziervaartuigen, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van liggeld pleziervaartuigen;
begrafenisrechten, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van begrafenisrechten;
rioolrecht, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van rioolrecht;
toeristenbelasting, zoals bedoeld in de Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting.