Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Speelautomatenhalverordening West Maas en Waal

De aanvraag om een vergunning dient in ieder geval de in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gegevens te bevatten. Daarnaast dient de aanvrager bij zijn aanvraag tevens te overleggen: een nauwkeurige beschrijving en plattegrond van de totale inrichting, alsmede de gescheiden ingangen van de speelautomatenhal en de ruimte met andere voorzieningen, waarbij in specialis voor de speelautomatenhal geldt dat de oppervlakte daarvan en de plaats in de speelautomatenhal waar de verschillende soorten speelautomaten worden opgesteld, dienen te worden vermeld; een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken; een bewijs waaruit blijkt wat de totale investering is en dat deze met voldoende zekerheden is afgedekt met een financiering, dan wel uit eigen middelen kan worden gefinancierd; een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is over de ruimte te beschikken; een verklaring omtrent het gedrag: van de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens de (eventueel bij te voegen) statuten vertegenwoordigt en van de beheerder; een bewijs dat in de speelautomatenhal sprake is van een toegangscontrole, waarbij de leeftijd op deugdelijke wijze wordt gecontroleerd; een bewijs van lidmaatschap van de VAN Speelautomaten brancheorganisatie; een bewijs waaruit blijkt dat de ondernemer voornemens is in het eerste jaar van de exploitatie van de speelautomatenhal een KEMA-keur-certificaat te verkrijgen. een plan waarin de aanvrager aangeeft op welke wijze hij concreet bijdraagt aan het gemeentelijk gokverslavingsbeleid. een verklaring als bedoeld in artikel 5, lid 2 Speelautomatenbesluit waaruit blijkt dat bedrijfsleiders en beheerders beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico´s van gokverslaving;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel