Naar hoofdinhoud
De uitvoering van deze verordening berust bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiermonnikoog. II. Recht op langdurigheidstoeslag Artikel3. Voorwaardenlangdurig,laaginkomen 1. Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende de referteperiode het inkomen niet uitkomt boven 100 procent van de toepasselijke bijstandsnorm en betrokkene geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet. 2. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen indien beide echtgenoten 21 jaar of ouder zijn, doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd zijn. 3. Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Artikel4. Hoogtevandelangdurigheidstoeslag De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar: voor gehuwden: 50% van de voor hen geldende bijstandsnorm. voor een alleenstaande ouder: 51% van de voor hen geldende bijstandsnorm. voor een alleenstaande: 55% van de voor hen geldende bijstandsnorm. Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend. De toeslag is een vast percentage van de bijstandsnorm zoals die geldt op 1 januari van het kalenderjaar waarin de peildatum valt. De bedragen worden op de hele euro naar boven afgerond. III. Slotbepalingen Artikel 5. Overigebepalingen Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening. Artikel6. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 6a – Wijziging betekenis begrippen en verwijzingen in verband met de wijzigingen in de WWB per 1 januari 2012 Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’, ‘alleenstaande ouder’ en ‘gezin’ worden gebruikt hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet. Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘gehuwde(n)’ of ‘gehuwdennorm’ hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als ‘gezin’, bedoeld in artikel 4, respectievelijk ‘gezinsnorm’, bedoeld in artikel 21 van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel