1.De in artikel 3.41 van het Bouwbesluit bedoelde, aan of in bouwwerken aan te brengen voorzieningen voor de afvoer van hemelwater moeten:
**a..** zodanig lozen dat geen verontreiniging van water, bodem en lucht kan optreden én zijn aangesloten op een in de grond aangebrachte opvang- en infiltratievoorziening van voldoende capaciteit, welke voorziening in verband met de grootte van de te ontwateren oppervlakken en de bodemgesteldheid ter plaatse moet zijn gelegen op voldoende afstand van de perceelgrenzen en de bebouwing op het perceel.
**b..** anderszins lozen op oppervlaktewater, bodem of zodanig dat geen verontreiniging van oppervlaktewater, bodem, lucht, noch overlast op de omgeving optreedt.
**2..** Lid 1 is uitsluitend van toepassing op:
nieuwbouw, alsmede verbouw, waarbij sprake is van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist óf
een bouwactiviteit een uitbreiding betreft van 30 m2 bruto vloeroppervlak of meer.
op alle bouw- en verbouwactiviteiten in gebieden, waar infiltratie in de openbare omgeving kan worden toegepast, dan wel in een eerder stadium voorzieningen ter plaatse op het perceel of in de openbare omgeving ter infiltratie zijn aangebracht.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen indien de bodemgesteldheid en de grondwaterafvoer ter plaatse, dan wel de omvang van het perceel de infiltratie van hemelwater niet toelaten.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 7
Artikel 2.7.5
Eis tot voorzieningen ter infiltratie van hemelwater
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Gemert-Bakel 2010