In deze verordening wordt verstaan onder:
a. Activiteit: De activiteit die door de instelling zal worden uitgevoerd en die door het gemeentebestuur kan worden gesubsidieerd;
b. Activiteitenplan: Een overzicht van de voorgenomen activiteiten overeenkomstig artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
c.Beleidsterrein: Een door de gemeenteraad als zodanig aangemerkt geheel van samenhangende activiteiten;
d. Beroepskracht: Een persoon die als werknemer in loondienst is bij de instelling;
e. Bestemmingsreserve: Bestanddeel uit het eigen vermogen dat bestemd is om in de toekomst beoogde specifieke activiteiten te kunnen bekostigen;
f.College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enkhuizen;
g. Deelterrein: Een door de raad als zodanig aangemerkt geheel van activiteiten binnen een bepaald beleidsterrein;
h.Egalisatiereserve: Vermogensbestanddelen die worden opgenomen om in de toekomst fluctuaties in de exploitatie, zowel met betrekking tot de baten als de lasten, op te vangen;
i. Gemeente: De gemeente Enkhuizen;
j.Instelling: Subsidieaanvrager;
k. Prestatie: In meetbare eenheden omschreven inhoudelijke resultaten van gesubsidieerde activiteiten;
l.Professionele instelling: Een instelling wier taken voornamelijk worden uitgevoerd door één of meer beroepskrachten en die als zodanig is aangewezen door het college;
m.Niet-professionele instelling: Een instelling wier taken voornamelijk uitgevoerd worden door één of meer vrijwilligers of die als zodanig is aangewezen door het college;
n.Raad: De gemeenteraad van Enkhuizen;
o. Rechtspersoon: Een rechtspersoon als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die zich, zonder winstoogmerk, de behartiging van de belangen van ideële of materiële aard van de bevolking van de gemeente Enkhuizen, of een of meer delen daarvan, ten doel stelt;
p.Subsidie: De aanspraak op financiële middelen zoals geformuleerd in artikel 4:21 van de Awb;
q. Subsidieprogramma: Het overzicht van instellingen die een aanvraag voor een subsidie van structurele aard hebben ingediend en de maximaal aan hen te verstrekken subsidiebedragen;
r. Subsidieperiode: Het in de beschikking tot subsidieverlening bepaalde tijdvak waarvoor de subsidie is verstrekt. Dit tijdvak is met betrekking tot subsidies van structurele aard, zoals genoemd in artikel 4:51 van de wet (Awb), gelijk aan een kalenderjaar;
s. Uitvoeringsovereenkomst: De overeenkomst die in de zin van artikel 4:36 van de wet tussen de instelling en het college kan worden gesloten ter uitwerking van de beschikking tot subsidieverlening. Indien er sprake is van een uitvoeringsovereenkomst maakt deze deel uit van de beschikking tot subsidieverlening.
t. Voorziening: Vermogensbestanddelen, zijnde vreemd vermogen, die worden gevormd voor toekomstige kosten die een periode van twee of meer jaren omvatten en die niet binnen de jaarlijkse exploitatie opgevangen kunnen worden, nu reeds te voorzien zijn, onvermijdelijk zijn, hun oorzaak in het verleden hebben en kwantificeerbaar en berekenbaar zijn;
u. Vrijwilliger: Een persoon die niet op grond van een arbeidsovereenkomst en anders dan beroepsmatig actief is ten behoeve van een instelling;
v. Wet: Algemene wet bestuursrecht (Awb).
HOOFDSTUK 1
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Enkhuizen 2009