Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 27.

Aanvraag tot subsidievaststelling

Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Enkhuizen 2009

1.. Met toepassing van de artikelen 4:37 eerste lid sub f. en 4:44 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht, legt het college subsidieontvangende instellingen de volgende verplichtingen op: Instellingen die een incidentele subsidie ontvangen, dienen binnen twaalf weken na afloop van de activiteit een financieel en inhoudelijk verslag in bij het college. Instellingen die een structurele activiteitensubsidie ontvangen, dienen vóór 15 mei volgend op het boekjaar een financieel en inhoudelijk verslag in bij het college. Instellingen die een budgetsubsidie ontvangen dienen vóór 15 mei volgend op het boekjaar een financieel en inhoudelijk verslag als bedoeld in artikel 4:75 lid van de wet in bij het college. 2.. Het in het eerste lid genoemde financieel verslag bevat: Een exploitatierekening die betrekking heeft op de gehele instelling. Een balans die betrekking heeft op de gehele instelling. Bij een subsidiebedrag hoger dan € 25.000 een beoordelingsverklaring uitgebracht naar aanleiding van en het onderzoek van de jaarstukken en van de administratie van de organisatie, waarbij expliciet is vermeld of de verstrekte voorschotten zijn besteed overeenkomstig het bepaalde in of krachtens de Algemene subsidieverordening Gemeente Enkhuizen 2009 en de beschikking tot subsidieverlening, en waarin aandacht wordt besteed aan de rechtmatigheid en doelmatigheid van de besteding van de middelen in relatie tot de uitgevoerde activiteiten en de gerealiseerde prestaties. 3.. De in het vorige lid genoemde beoordelingsverklaring hoeft geen deel uit te maken van de financiële verslaglegging indien de subsidie direct, dan wel bij verlening, is vastgesteld. 4.. Als de begrote kosten van de gesubsidieerde activiteiten minder bedragen dan € 50.000 en als de instelling een vereniging is, bepaalt het college in de beschikking tot subsidieverlening de controle die in de plaats van de accountantscontrole komt. Als de instelling een stichting is dan geldt daarbij een ondergrens van € 25.000. 5.. Als de begrote kosten van de gesubsidieerde activiteiten meer bedragen dan € 250.000 moet het financiële verslag in plaats van een beoordelingsverklaring een accountantsverklaring bevatten. 6.. De financiële verantwoording c.q. de jaarrekening wordt op dezelfde wijze ingericht als de begroting. 7.. In het inhoudelijk jaarverslag wordt, naast een weergave van de activiteiten en prestaties, verslag gedaan van de gevolgde werkwijze. 8.. Het tweede tot en met het zevende lid zijn niet van toepassing op waarderingssubsidies. 9.. Bij budgetsubsidies en subsidies waarop afdeling 4.2.8. van de wet van toepassing is verklaard, dient de accountant een beoordelingsverklaring uit te brengen naar aanleiding van diens onderzoek van de jaarstukken en de administratie van de instelling. In deze beoordelingsverklaring moet zijn vermeld of de verstrekte voorschotten zijn besteed overeenkomstig het bepaalde in of krachtens deze verordening. Tevens moet daarin aandacht worden besteed aan de rechtmatigheid en doelmatigheid van de besteding van de middelen in relatie tot de uitgevoerde activiteiten. 10.. Het college beslist voor 31 december van het jaar waarin de aanvraag tot subsidievaststelling werd ontvangen op een volledige aanvraag om subsidievaststelling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel