Naar hoofdinhoud
1.. Een belanghebbende kan bij het college van burgemeester en wethouders een aanvraag indienen voor medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden. 2.. Het college van burgemeester en wethouders verleent slechts medewerking aan het op aanvraag van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens een exploitatie-overeenkomst. 3.. Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd: a. een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te brengen onroerende zaken; b. gegevens, waaruit blijkt dat de belanghebbende genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de in exploitatie te brengen onroerende zaken is of kan worden; c. gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen (bouw)werkzaamheden; d. gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende financieel in staat is tot exploitatie over te gaan en de benodigde zekerheid te stellen. 4.. Ingeval door het college van burgemeester en wethouders een aanvraag voor een bouwvergunning, eventueel in combinatie met een aanvraag voor vrijstelling, wordt ontvangen, waarbij in geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van openbaar nut moeten worden getroffen, wordt hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voor de beslissing op de aanvraag mededeling gedaan aan de aanvrager. Daarbij zal een zo nauwkeurig mogelijke raming van de voor rekening van de exploitant komende kosten, verband houdende met het in exploitatie brengen van gronden, worden verstrekt. Tevens zal daarbij aan de aanvrager de gelegenheid worden gegeven tot het indienen van een aanvraag voor medewerking. 5.. Het college van burgemeester en wethouders reageren op de aanvraag voor medewerking, hetzij met een weigering, hetzij met een aanhouding, hetzij met de aanbieding van een conceptovereenkomst. De reactie wordt vastgesteld binnen zes maanden na de dag waarop het verzoek is ontvangen. 6.. De bepalingen van hoofdstuk 2 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel