Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover
het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die
rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, als
bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, wordt onverminderd
artikel 2, tweede lid, een maatregel opgelegd van minimaal
twintig procent (20%) van de bijstandsnorm gedurende één
maand.
De duur van de maatregel wordt verdubbeld, indien de
belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van
een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig
maakt aan een gedraging genoemd in het eerste lid.
Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt
gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
dringende redenen, bedoeld in artikel 5 tweede lid.
HOOFDSTUK 4
Artikel 14
- Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Maatregelenverordening Schiermonnikoog