1 Tussen de toegang van enerzijds:
a een woning of een woongebouw, als bedoeld in artikel 4.3 van het
Bouwbesluit;
b een gebouw met een al dan niet gemeenschappelijke
toegankelijkheidssector, als bedoeld in artikel 4.3 van het Bouwbesluit;
en anderzijds de openbare weg moet een mede voor gehandicapten
begaanbare weg of begaanbaar pad aanwezig zijn.
2 Voor de in het eerste lid bedoelde wegen en paden geldt dat zij:
a ten minste 1,10 m breed moeten zijn;
b geen kleinere vrije doorgang mogen hebben dan 0,85 m; en
c ten hoogste een hoogteverschil mogen overbruggen van 0,02 m, tenzij dit
plaatsvindt door middel van een hellingbaan die voldoet aan het bepaalde in
de artikelen 2.39 en 2.40 van het Bouwbesluit.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.4
Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten
Onderdeel van Bouwverordening Drechterland