Naar hoofdinhoud
1.. Aan een aanvragende organisatie wordt uitsluitend subsidie verstrekt indien deze organisatie uit eigen middelen, door besparingen die voortvloeien uit zelfwerkzaamheid en/of behulpzaamheid van derden, of door inbreng van eigen activa; in het geval van een subsidie ten behoeve van stichtingskosten, een gedeelte van deze kosten dekt dat - in geld gewaardeerd - ten minste gelijk is aan het subsidie dat op grond van deze verordening in het vooruitzicht kan worden gesteld; in het geval van een subsidie ten behoeve van inrichtingsvoorzieningen t.b.v. de gehandicaptensport, een gedeelte van deze kosten dekt dat - in geld gewaardeerd - ten minste gelijk is aan de helft van het subsidie, dat op grond van deze verordening in het vooruitzicht kan worden gesteld; in het geval van een subsidie ten behoeve van de aanschaf van duurzame sportvoorzieningen, het volledige resterende deel van de aanschafkosten dekt, waarvoor op grond van deze verordening subsidie in het vooruitzicht kan worden gesteld. 2.. De waarde van diensten en materialen die gratis of tegen een lagere prijs zijn verkregen, kan als dekkingsmiddel worden gebruikt tot een door het college van burgemeester en wethouders in elk voorkomend geval afzonderlijk te bepalen bedrag. 3.. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan het college van burgemeester en wethouders, op advies van de adviescommissie duurzame sportvoorzieningen, het door de organisatie te dekken gedeelte van de kosten op andere wijze vaststellen dan in lid 1 (onder a. respectievelijk b.) van dit artikel is bepaald.

Rechtspraak bij dit artikel