Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Aanwijzen van de gemeentelijke doelgroepen

Onderdeel van Verordening wet inburgering

Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan het bij voorrang een inburgeringsvoorziening kan aanbieden op basis van de volgende criteria: a. inburgeringsplichtigen die algemene bijstand of een uitkering op grond van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen sociale zekerheidswet of –regeling ontvangen; b. oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering hebben. Artikel 4. De samenstelling van de inburgeringvoorziening Het college stemt de inburgeringvoorziening, met uitzondering van de inburgeringvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige. Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de inburgeringvoorziening op de voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt afgestemd. Een inburgeringvoorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, een of meer van de volgende onderdelen bevatten: a. trajectbegeleiding; b. voortgangscontrole; c. maatschappelijke stage of taalstage.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel