**1..** Onverminderd artikel 4, eerste lid, wordt de maatregel vastgesteld
op:
10 procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de
eerste categorie;
25 procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de
tweede categorie;
50procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de derde
categorie.
**2..** In afwijking van het eerste lid, onder c, legt het college, indien
belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de IOAW en de
belemmerende gedragingen, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder a,
dusdanige vormen aannemen dat gesproken moet worden van het door
eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid,
blijvend een maatregel op ter hoogte van het door eigen toedoen niet
verkregen netto inkomen uit deze arbeid.
Hoofdstuk 2
Artikel 11.
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Verordening Maatregelen IOAW/IOAZ