**1..** Burgemeester en wethouders maken een verslag van de vergadering van het overlegorgaan. Het verslag bevat een overzicht van de besproken onderwerpen, waarbij per onderwerp in elk geval wordt aangegeven:
of het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder a of b van toepassing is;
of volledige, geen volledige of geen overeenstemming is bereikt;
de in het overleg naar voren gebrachtezienswijzen en, indien van toepassing, de zienswijzen als bedoeld in artikel 7, tweede lid;
voorzover van toepassing, de door de portefeuillehouder onderwijs in het overleg toegezegde wijzigingen in het oorspronkelijk voorstel, als bedoeld in artikel 7, tweede lid.Indien toepassing is gegeven aan het gestelde in artikel 8, eerste lid, wordt hiervan eveneens eenweergave opgenomen in het verslag.
**2..** Burgemeester en wethouders zenden het concept van het verslag ter commentaar toe aan de vertegenwoordigers van de schoolbesturen, die hebben deelgenomen aan het overleg.De schoolbesturen die niet hebben deelgenomen aan het overleg ontvangen het concept van het verslag ter kennisneming.Binnen twee weken na de dag waarop het concept van het verslag is toegezonden, maken de schoolbesturen schriftelijk hun opmerkingen over het concept van het verslag kenbaar aan burgemeester en wethouders. Vervolgens stellen burgemeester en wethouders, met inachtneming van de opmerkingen, het verslag definitief vast.
**3..** Burgemeester en wethouders brengen het vastgestelde verslag gelijktijdig met het raadsvoorstel, als bedoeld in artikel 7, tweede lid, ter kennis van de gemeenteraad. Voorzover burgemeester en wethouders afwijken van de tijdens het overleg naar voren gebrachte zienswijzen, wordt hiervan melding gemaakt in het voorstel aan de gemeenteraad. Daarbij worden de redenen voor het niet of niet geheel overnemen van deze zienswijzen vermeld.