Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 14

- Termijnen eigen graven

Onderdeel van Beheersverordening begraafplaats 2001

1.. Burgemeester en wethouders verlenen, voorzover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag: het uitsluitend recht op een eigen graf voor onbepaalde tijd, of het uitsluitend recht op een eigen graf voor de tijd van dertig jaar; het uitsluitend recht op een eigen urnengraf voor de tijd van twintig jaar; het uitsluitend recht op een eigen urnennis voor de tijd van vijf, tien of twintig jaar. 2.. De in het vorige lid bedoelde termijnen beginnen te lopen op de datum waarop de uitgifte heeft plaatsgevonden. Reservering is niet mogelijk. 3.. Het in het eerste lid, sub b. en c. van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd, telkens met een termijn van tien jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. Het in het eerste lid, sub d. bedoelde recht wordt op aanvraag van rechthebbende verlengd, telkens met een termijn van vijf of tien jaren. 4.. Burgemeester en wethouders zullen de rechthebbende één jaar voor de afloop van de termijn genoemd in het eerste lid van dit artikel schriftelijk op de mogelijkheid van verlenging attenderen. Als het adres van de rechthebbende niet bekend is, geschiedt het attenderen door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats en door het plaatsen van een bordje bij het graf gedurende tenminste één jaar. 5.. Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 16, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel