Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 4

- Ordemaatregelen

Onderdeel van Beheersverordening begraafplaats 2001

1.. Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van de beheerder, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten. 2.. Het is verboden met motorrijtuigen, brom- of snorfietsen op de begraafplaats te rijden: zonder toestemming van de beheerder; elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen anders dan voor een begrafenis of voor het vervoeren van materialen; sneller dan 10 km per uur. 3.. Het is verboden zich met een hond op de begraafplaats te begeven, tenzij het een gecertificeerde blindengeleidehond betreft. 4.. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen c.q. -verenigingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. 5.. Degenen die zich niet aan de in het derde en vierde lid bedoelde aanwijzingen houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen. 6.. Het is verboden op de begraafplaats: ­ bloemen of andere artikelen te koop aan te bieden of aanbiedingen te doen met betrekking tot de verzorging van graven en/of grafbedekkingen; ­ op enigerlei wijze reclame te maken voor handel, beroep of bedrijf; ­ Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het zesde lid van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel