De verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen (Stb. 1959, 301) en in de artikelen 58 en 60 van
de invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de
algemene matregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet,
gelden mede jegens de door het college van burgemeester en wethouders
aangewezen ambtenaren van de gemeentelijke belastingen.