Op de in artikel 1 lid 1 bedoelde parkeergelegenheid dient direct bij de aanvang van het parkeren de parkeerbelasting te worden voldaan.
De parkeerbelasting kan worden voldaan door het in werking stellen van de parkeermeter of -automaat. Daarbij moeten de aanwijzingen op de meter of automaat worden gevolgd.
Bij het parkeren op een parkeerplaats bij een parkeermeter dient de parkeermeter in werking te worden gesteld die behoort bij de parkeerplaats waarop wordt geparkeerd.
Het in werking stellen van een parkeerautomaat dient plaats te vinden – voor zover van toepassing - door:
Contante betaling.
Betaling met de chipknip
Gebruik van de RTP-kaart
Betaling met een door de parkeerautomaat geaccepteerde creditcard
Een pinbetaling
De parkeerbelasting kan – voor zover van toepassing - ook worden voldaan middels belparkeren. Daarbij dient de aanvang van het parkeren te worden gemeld aan de serviceprovider belparkeren waarmee de gemeente (direct of indirect) een contract heeft. Door het (telefonisch of per sms of internet) doorgeven van de gebiedscode wordt ingelogd op de centrale computer van de provider. Bij vertrek dient het einde van de parkeersessie te worden doorgegeven. Om gebruik te kunnen maken van het belparkeren dient de belastingplichtige geregistreerd te zijn bij de provider.
Op alle plaatsen waar gebruik wordt gemaakt van een parkeerautomaat die na betaling een parkeerkaartje afgeeft, dient het parkeerkaartje met de tijdsaanduiding naar boven op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het voertuig te worden geplaatst.
Het door de parkeerautomaat verstrekte parkeerkaartje is uitsluitend geldig voor de locatie die op het parkeerkaartje, op de parkeerautomaat en op het informatiebord, dat op de parkeerautomaat is bevestigd, is vermeld.
In de situaties waarbij het niet mogelijk is een parkeerkaartje bij een parkeerautomaat te kopen in verband met een defect of een storing van de automaat dient een kaartje gekocht te worden bij de dichtstbijzijnde parkeerautomaat. Het bij de dichtstbijzijnde parkeerautomaat gekochte kaartje is dan geldig voor de locatie die betrekking heeft op de defecte parkeerautomaat.
Op een in artikel 1 lid 2 bedoelde parkeergelegenheid wordt de parkeerbelasting voldaan als er – conform de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen - gebruik wordt gemaakt van een parkeervergunning waarmee het parkeren volgens het Besluit Uitgifte Parkeervergunningen is toegestaan.