De ontheffing binnenstad kan worden ingetrokken:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste, dan wel onvolledige
gegevens zijn verstrekt;
indien de aan de ontheffing verbonden voorwaarden of beperkingen
niet zijn of worden nagekomen;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
inzichten, opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet
worden aangenomen dat intrekking wordt gevorderd door het belang
of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist
en verleend;
indien de ontheffinghouder daartoe een verzoek indient;
indien er sprake is van misbruik maken van de ontheffing;
indien het gedrag van de ontheffinghouder, in relatie tot het
gebruik van het motorvoertuig, daartoe aanleiding geeft.
indien de ontheffinghouder conform artikel 8 niet langer
beschikt over een parkeerplaats in de kern van de
binnenstad.
indien de ontheffinghouder komt te overlijden.