Naar hoofdinhoud
1.. De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig bij het kadaster bekend staat, tenzij blijkt dat op dat tijdstip een ander genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht was.

Rechtspraak bij dit artikel