Naar hoofdinhoud
1.. op een bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar in te dienen schriftelijk verzoek van de belastingplichtige wordt de belasting met betrekking tot nog niet aangevangen belastingjaren ineens geheven naar een bedrag, dat gelijk is aan de contante waarde van de belastingbedragen, welke geheven zouden zijn – beoordeeld naar de omstandigheden bij het begin van het belastingjaar waarin het verzoek wordt gedaan – voor elk van de nog niet aangevangen belastingjaren. 2.. De contante waarde, bedoeld in het vorige lid, wordt berekend naar een rentevoet van 7,5% per jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel