Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders verlenen geen subsidie indien: a. met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend; b. de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te bereiken resultaat; c. met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een subsidiebeschikking heeft ontvangen; d. voor de betreffende voorzieningen binnen een termijn van 10 jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag wordt ingediend subsidie is verleend; e. voor de te treffen voorzieningen een monumentenvergunning is vereist en deze niet is verleend; f. door het toekennen van de subsidie het jaarlijkse subsidieplafond zoals bedoeld in artikel 2, lid 2, wordt overschreden; 2.. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in het eerste lid onder c. en d.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel