Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: c. gemeentelijk monument: monument, dat overeenkomstig de bepalingen van de Monumentenverordening Hilversum 2001 door burgemeester en wethouders als beschermd monument is aangewezen. b. restaureren: het treffen van voorzieningen tot opheffing van bouwtechnische gebreken, het normale onderhoud te boven gaand, noodzakelijk voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van het monument; c. kosten van voorzieningen: de door burgemeester en wethouders goedgekeurde bedragen van: 1. de aanneemsom, dan wel een gespecificeerde bouwkostenbegroting: 2. de risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen; 3. de kosten van de architect overeenkomstig de SR 1998 en van de constructeur, voor zover inschakeling hiervan noodzakelijk is; 4. de leges voor de bouwvergunning en voor enige andere vergunning die nodig is voor het treffen van de voorzieningen; 5. de verschuldigde BTW, voor zover deze niet kan worden verrekend; 6. de bouwhistorische opname, waaronder kleuronderzoek, gericht op de restauratie; 7. de kosten van opstelling van een onderhoudsplan; 8. een reservering voor eventueel noodzakelijk meerwerk, dat ten tijde van het vaststellen van de hierboven genoemde begroting redelijkerwijs niet voorzienbaar was, tot maximaal 5% van de aanneemsom. d. subsidiabele kosten: de kosten, die - conform de landelijke richtlijn van de rijksoverheid voor restauratie van monumenten – door burgemeester en wethouders worden aanvaard als kosten van instandhouding van de monumentale waarde van het monument, met dien verstande, dat regulier onderhoudsschilderwerk niet subsidiabel is. e. onder eigenaar wordt mede verstaan: 1. degene die het recht van erfpacht heeft; 2. de houder van een recht van opstal; 3. de eigenaar van een appartementsrecht; 4. een toekomstig eigenaar die in het bezit is van een voorlopig koopcontract.

Rechtspraak bij dit artikel