Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Grenzen aan mandaat, volmacht of machtiging

Onderdeel van Mandaatregeling Geertruidenberg 2010

1. Een besluit dat in mandaat-, volmacht- of machtigingverhouding kan worden genomen, moet vooraf aan het college c.q. de burgemeester worden voorgelegd, als:a. het besluit leidt tot afwijking van of aanvulling op het tot dan toe gevoerde beleid;b. het besluit niet past binnen de daarvoor bestemde budgetten;c. de betrokken portefeuillehouder dit kenbaar heeft gemaakt;d. bij betrokkenheid van meerdere clusters één van de clusters over het te nemen besluit een afwijkend of negatief advies heeft uitgebracht;e. voorzienbaar is dat het besluit politiek gevoelige en publicitaire consequenties heeft;f. er persoonlijke betrokkenheid bij het te nemen besluit bestaat van de gemandateerde, volmachtontvanger of machtigingverkrijger of van diens plaatsvervanger;g. artikel 169, vierde lid van de Gemeentewet van toepassing is. 2. Als de gemandateerde, volmachtontvanger of machtigingverkrijger op basis van het bepaalde in het eerste lid een te nemen besluit voorlegt aan het college c.q. de burgemeester, ne-men deze bestuursorganen het besluit zelf of geven zij de condities, waaronder de gemandateerde, volmachtontvanger of machtigingverkrijger gebruik mag maken van zijn bevoegd-heid, dit onverminderd het bepaalde in het vierde lid. 3. Als artikel 169, vierde lid van de Gemeentewet van toepassing is, neemt het college het besluit zelf. 4. Als de gemandateerde handelt in strijd met het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, doet dit niets af aan de rechtsgeldigheid van het besluit dat in mandaat is genomen, met uitzondering van het besluit dat is genomen in strijd met het eerste lid onder f van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel