Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Algemeen

Onderdeel van Mandaatregeling Geertruidenberg 2015

1.. Het college c.q. de burgemeester kan mandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de volgende gemandateerden, volmachtontvangers of machtigingverkrijgers: de algemeen directeur; de adjunct-directeur; de clustermanagers; de programmamanager; andere gemeentelijke functionarissen; voor de uitoefening van een taak speciaal aangewezen functionarissen. Deze laatsten kunnen ook personen zijn, die niet in een ondergeschikte positie tegenover de mandaatverlener, volmachtverlener of machtigingverlener verkeren. 2.. Bij de uitoefening van de bevoegdheden zoals vermeld in het mandaatregister houden de gemandateerden, volmachtontvangers of machtigingverkrijgers zich aan het daarover gestelde bij of krachtens wetten, besluiten, verordeningen, regelingen, aanwijzingen en richtlijnen, hoe ook genaamd, van Europese, rijks-, provinciale en gemeentelijke wetgevers of andere bestuursorganen. 3.. Het bevoegde bestuursorgaan kan altijd de gemandateerde bijzondere aanwijzingen en instructies geven over het verleende mandaat of volmacht. De gemandateerde of gevolmachtigde is altijd bevoegd de onder-gemandateerde of onder-gevolmachtigde bijzondere aanwijzingen en instructies te geven over het verleende mandaat of de verleende volmacht. De aanwijzingen en instructies moeten onverkort worden opgevolgd. 4.. Daar waar in het mandaatregister bevoegdheden aan de clustermanager (cm) worden gemandateerd/gevolmachtigd/gemachtigd is de programmamanager ook bevoegd. 5.. In het mandaatregister zijn bevoegdheden (door)gemandateerd, gevolmachtigd gemachtigd aan de medewerker. De medewerker kan alleen de bevoegdheden uitvoeren die een relatie hebben met haar/zijn functie danwel zijn/haar cluster.

Rechtspraak bij dit artikel