Naar hoofdinhoud
Voor het hebben van een grafbedekking is de schriftelijke vergunning nodig van burgemeester en wethouders. Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kunnen burgemeester en wethouders nadere regels vaststellen. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels. Door de gemeente wordt aan de voet van ieder graf op de algemene begraafplaats een stenen gedenkplaatje geplaatst, vermeldende de naam van de begravene, diens geboortejaar en jaar van overlijden. Indien door de rechthebbende of door hen, die voor de begrafenis hebben zorg te dragen, een graf- of gedenkteken op het graf is aangebracht, wordt het in lid 4 van dit artikel geplaatste gedenkplaatje verwijderd. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunningen weigeren indien: niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels; de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel