Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te
ruimen
wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip
waarop het graf geruimd zal worden op een bij het te ruimten graf
te
plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij
het
adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is. In dat
geval
stellen zijn hem uiterlijk een jaar voorafgaande aan het bedoelde
tijdstip per brief van hun voornemen in kennis.
De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken
worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe
bestemde, afgesloten gedeelten van de begraafplaats(en).
Nabestaanden van een overledenen die begraven is in een algemeen graf
kunnen gedurende de in het eerst lid bedoelde termijn de beheerder
schriftelijk verzoeken bij ruiming de overblijfselen, indien
mogelijk,
bijeen te doen brengen voor herbegraving elders.
Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met
een
urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen de beheerder vragen om
deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing
elders.
De rechthebbende op een eigen graf, kan de beheerder schriftelijk
verzoeken om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weder in
dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw
te
doen begraven.
De rechthebbende op een eigen urnengraf of urnennis kan de
beheerder
vragen deze ter beschikking te houden om elders bij te zetten of te
doen verstrooien.
HOOFDSTUK 6
Artikel 26
Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de algemene begraafplaatsen in de gemeente Heumen 1992