Het college treedt zo nodig in overleg met de organisatie om tot overeenstemming te komen over de activiteiten, prestaties en de beoogde effecten, de overige subsidievoorwaarden en de door de gemeente ter beschikking te stellen middelen.
Leidt dit niet tot overeenstemming dan maakt het college in de subsidiebeschikking melding van de afwijkende opvatting van de instelling en geeft zij aan waarom die opvatting niet wordt gedeeld.