Geen kwijtschelding wordt verleend indien:
1. de aanvrager over voldoende betalingscapaciteit blijkt te beschikken;
2. de aanslag op het moment van de dagtekening van de aanslag uit de inkomsten of uit het vermogen van de aanvrager voldaan had kunnen worden;
3. aanvrager het kwijtscheldingsformulier genoemd in artikel 2 niet volledig of onjuist heeft ingevuld;
4. aanvrager de aanvullende informatie en specificaties die bij het kwijtscheldingsformulier (zie artikel 2) wordt gevraagd, niet heeft ingeleverd;
5. aanvrager de aanvraag om kwijtschelding niet via het in artikel 2 genoemde formulier heeft gedaan;
6. het vermoeden bestaat dat er bij aanvrager onwil om te betalen in het spel is;
7. aanvrager onjuiste gegevens blijkt te hebben verstrekt;
8. het feit dat aanvrager niet kan betalen aan hemzelf te wijten is;
9. er een wijziging in de financiële omstandigheden van aanvrager is te verwachten;
10. er sprake is van sterk wisselende inkomens;
11. aanvrager over “positieve vermogensbestanddelen” beschikt.
Hoofdstuk 1
Artikel 4
Geen verlening van kwijtschelding
Onderdeel van Kwijtscheldingsverordening Twenterand 2015