**1..** Aan het eind van de vergadering wordt gelegenheid geboden om vragen
te stellen. De vragen dienen beleidsmatig van aard, van politiek
en/of van maatschappelijk belang en urgent te zijn in die zin dat
zij geen uitstel tot schriftelijke beantwoording gedogen.
**2..** Het lid van de commissie dat tijdens deze gelegenheid vragen wil
stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24
uur voor aanvang van de vergadering schriftelijke bij de griffier.
De griffier toetst de vragen aan de in lid 1 opgenomen criteria.
Indien de vragen niet aan de criteria voldoen worden zij aangemerkt
als schriftelijke vragen en vindt schriftelijke beantwoording plaats
binnen een termijn van veertien dagen. Bij twijfel overlegt de
griffier met de voorzitter. De voorzitter bepaalt de volgorde,
waarinaangemelde onderwerpen tijdens de gelegenheid tot het stellen
van vragen aan de orde worden gesteld.
**3..** Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
toelichting daarop te geven.
Hoofdstuk 5.
Artikel 29a
Gelegenheid tot het stellen van vragen
Onderdeel van Verordening op de raadscommissie 2010