De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
van degene die verblijf houdt aan boord van:
een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot
verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van
hulpbehoevenden of van bejaarden;
kano’s, roei- en volgboten;
motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4
meter;
een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in
het gemeentelijke watergebied bevindt;
waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de
heffing en invordering van toeristenbelasting;
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de
zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en
voorzover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld
in artikel 2 van deze verordening, onder verantwoordelijkheid van
het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2011