In een graf met één begraaflaag, bestemd voor een persoon boven de acht jaar, kan:
maximaal één lijk worden begraven;
of maximaal één asbus worden bijgezet.
In een dubbelgraf met één begraaflaag, bestemd voor twee personen boven de acht jaar, kunnen:
maximaal twee lijken naast elkaar worden begraven;
of maximaal twee asbussen, naast elkaar worden bijgezet;
of maximaal één lijk en één asbus naast elkaar worden begraven.
In een kindergraf, bestemd voor een kind van nul tot acht jaar, kan:
maximaal één lijk worden begraven;
of maximaal één asbus worden bijgezet.
In een kindergraf, bestemd voor een levenloos geborene, kan:
maximaal één lijk worden begraven;
of maximaal één asbus worden bijgezet.
In een graf met twee begraaflagen, bestemd voor twee personen boven de acht jaar, kunnen:
maximaal twee lijken worden begraven;
of maximaal twee asbussen worden bijgezet;
of maximaal één lijk en één asbus worden begraven.
In een grafkelder op de afdelingen A, B en C kunnen;
maximaal twee lijken naast elkaar worden begraven;
of maximaal twee asbussen naast elkaar worden bijgezet;
of maximaal één lijk en één asbus worden begraven.
In een grafkelder op de afdelingen E en F kunnen;
maximaal twee lijken onder elkaar worden begraven;
of maximaal twee asbussen onder elkaar worden bijgezet;
of maximaal één lijk en één asbus onder elkaar worden begraven.
In een eigen urnennis kunnen maximaal twee asbussen worden bijgezet als de afmeting van de nis het toelaat.
In een eigen kinderurnennis kan maximaal een asbus worden bijgezet als de afmeting van de nis het toelaat.
In een eigen urnengraf kunnen maximaal twee asbussen worden bijgezet.
In een algemeen graf kan één lijk worden begraven.
Toestemming gedenkteken
Hoofdstuk
Artikel 5
Aantal overledenen en asbussen
Onderdeel van Nadere regels gemeentelijke begraafplaats 2010