1 Burgemeester en wethouders maken een verslag van het overleg.
2 Het verslag bevat een overzicht van de besproken onderwerpen,
waarbji per onderwerp wordt aanggegeven:
a of het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder a of b van
toepassing is;
b of volledige, geen volledige of geen overeenstemming is
bereikt;
c de in het overleg door de deelnemers naar voren gebrachte
zienswijze en – indien van
toepassing – de zienswijzen als bedoeld in artikel 5, derde
lid;
d de door de portefeuillehouder onderwijs in het overleg toegezegde
wijzingen in het
oorspronkelijke voorstel.
Indien artikel 9, eerste lid van toepassing is, wordt hiervan
eveneens een weergave
opgenomen in het verslag.
3 Het overlegorgaan stelt het verslag vast. In afwijking hiervan
kunnen burgemeester en
wethouders spoedheidshalve het verslag ter commentaar toezenden aan
de schoolbesturen.
Binnen 10 dagen na de dag waarop het conceptverslag is teogezonden,
maken de
schoolbesturen die deel hebben genomen aan het overleg schriftelijk
hun opmerkingen over
het concept van het verslag kenbaar. Burgemeester en wethouders
stellen het verslag vast met
inachtneming van de opmerkingen.
4 Burgemeester en wethouders brengen het verslag gelijktig met het
voorstel over het
onderwerp ter kennis van de raad. Voorzover burgemeester en
wethouders afwijken van de
tijdens het overleg naar voren gebrachte zienswijzen wordt dit
gemeld in het voorstel aan de
raad. Daarbij geven zij de redenen aan van het niet of geheel
overnemen van deze zienswijzen.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 10
Verslaglegging; informeren raad
Onderdeel van Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid