1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
"de commissie":
de in artikel A5, lid 1 van het Algemeen Ambtenarenreglement bedoelde
commissie voor georganiseerd overleg;
"de ambtenaren":
de ambtenaren in de zin van het Algemeen Ambtenarenreglement en de
werknemers in de zin van de arbeidsovereenkomstenverordening.
"de organisaties":
de plaatselijk werkende groeperingen van de landelijke verenigingen van
overheidspersoneel, aangesloten bij de centrales, welke zijn toegelaten tot
het centraal overleg met het college van arbeidszaken van de Vereniging van
Nederlandse Gemeenten.
2. De aan het slot van het vorige lid bedoelde centrales zijn: de Alge- mene
Centrale van Overheidspersoneel, de Rooms-Katholieke Centrale van burgerlijk
overheids- en semi-overheidspersoneel, de Christelijke Centrale van
overheids- en onderwijzend personeel, het Ambtenaren- centrum en de Centrale
van Hogere Functionarissen bij overheid en onderwijs.