In deze verordening wordt verstaan onder:
wet: de Huisvestingswet;
besluit: het Huisvestingsbesluit;
woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden;
huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand dan wel, indien het betreft een standplaats voor een woonwagen of een ligplaats van een woonschip, het bedrag dat is verschuldigd voor het innemen van die standplaats, onderscheidenlijk ligplaats, uitgedrukt in een bedrag per maand;
koopprijs: de prijs die voor de enkele koop van een woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald;
woningzoekende: het huishouden dat in het register als bedoeld in artikel 7 is ingeschreven;
economische binding: de binding van een persoon aan de gemeente Ermelo, daarin gelegen dat die persoon voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid binnen of vanuit de gemeente Ermelo;
maatschappelijke binding: de binding van een persoon aan de gemeente Ermelo, daarin gelegen dat die persoon gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van de gemeente Ermelo;
regio Noordwest-Veluwe: het grondgebied van de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten;
gemeente: de gemeente;
huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren;
inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964, dan wel, indien geen aanslag in de inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld, het zuiver loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de Loonbelasting 1964, of een op vergelijkbare wijze bepaald bedrag;
huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7 van de wet;
eigenaar: het daaromtrent in artikel 1, lid 2, van de wet bepaalde;
ingezetene: degene die in het bevolkingsregister van de gemeente Ermelo is opgenomen;
onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en/of welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
inwoning: het bewonen van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen;
woonwagencentrum: een openbaar centrum voor woonwagens als bedoeld in artikel 2 van de Woonwagenwet;
standplaats: een standplaats op een centrum als bedoeld in artikel 2 van de Woonwagenwet (Stbl. 1968, 98), of een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h van de Woningwet (Stbl. 1991, 439);
woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1 van de Woonwagenwet;
klachtencommissie: de commissie als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet.
kernbinding: de binding van een persoon aan de kern Speuld, daarin gelegen dat op die persoon ten aanzien van die kern de leden w en/of x omschreven bindingsbegrippen van toepassing zijn.
Maatschappelijke kernbinding: de binding van een persoon aan de kern Speuld, daarin gelegen dat de persoon geboren en getogen is in Speuld.
Economische kernbinding: de binding van een persoon aan de kern Speuld, daarin gelegen dat die persoon voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op het verrichten van arbeid binnen of vanuit de kern.
HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Ermelo 1994