De omvang van het huishouden moet passen bij de grootte van de woonruimte.
Bij de toepassing van lid 1 wordt de volgende tabel voor de bepaling van de verhouding tussen het aantal leden van het huishouden en het daarbij ten hoogste toegestane aantal kamers van de woonruimte gehanteerd:
Omvang huishouden
Maximum kameraantal
3
3
4
4
4
4
5
5
5
5
6
6
Voor de toepassing van de in het vorige lid weergegeven tabel telt het hoofd van het huishouden bij éénouderhuishoudens voor twee personen.
Voor afzonderlijke complexen woningen kan door burgemeester en wethouders de omvang van het huishouden nader worden aangegeven ter bescherming van specifieke groepen woningzoekenden.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 5
Artikel 17
- Bezettingsnorm
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Ermelo 1994