Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 9

De hoogte en duur van de maatregel

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand, IOAW en IOAZ

1.. Onverminderd artikel 2 lid 2, wordt de maatregel als bedoeld in artikel 8 vastgesteld op: 5% van de uitkeringsnorm gedurende een maand, bij gedragingen van de eerste categorie; 10% van de uitkeringsnorm gedurende een maand, bij gedragingen van de tweede categorie; 20% van de uitkeringsnorm gedurende een maand, bij gedragingen van de derde categorie; 100% van de uitkeringsnorm gedurende een maand, bij gedragingen van de vierde categorie. 2.. De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, zoals bedoeld in artikel 5 lid 2. 3.. Het college kan bij een derde en volgende verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 8 binnen twaalf maanden na de laatste als verwijtbaar aangemerkte gedraging de hoogte en de duur van de verlaging individueel bepalen, rekening houdend met de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel